2012-12-09

M

2.
’t Begin is dat doodskistje in de Nijl
en die prinses die ’t vindt in ’t riet en ’t kind
ontdekt. Een waar verhaal in sprookjesstijl
als ’ t niet op andere wijze ook begint:
met kindermoord, met slavernij, ’t ressentiment
van wie geschiedenis vergeten is:
de farao die Jozef niet meer kent.

Maar nu maar niet. Nu maar de lafenis
van ochtendrust of achtermiddagduur,
de wilgen en het riet, de stroom, de plaats
waar zij als Isis baadt, miniatuur
van wat ’t rondom ons roert en rusten laat.
De kring metgezellinnen om haar heen
en zij opent de kist. En zie: een huilend kind.
Bloed om haar hart! Dat weet: het is er één
van die Hebreeën!
                                  Eén moment, dan wringt
zijn goochem zusje Mirjam zich naar voor
“Zoekt u een min? Ik weet er hier wel een!”
“Ja, ga!” (Hoor dat!) 
                                     En in één moeite door
haalt zij haar moeder op. En ’t is meteen
geregeld.
                  Wat, farao die kinderen vermoordt!
Zelfs in je eigen huis woekert verzet,
wordt ’t koninklijke machtswoord niet gehoord,
vraagt vreemd gezag (uit wat voor kracht?) belet.
 

> terug naar bein



  Website gebouwd door intronet